JOJA- Woordenboek

<<terug

Paard van Berkley

Ergens aan het einde van de achttiende eeuw was er in de Londonse Jermynstreet, in de wijk Piccadilly, een flagellatieclubje ( elkaar slaan ).
Elke week kwamen daar een aantal vrouwen, meestal van goede komaf, bijeen. Het aantal vrouwen was meestal deelbaar, dus een even aantal, meestal zo'n stuk of twaalf. De helft kleedde zich uit en werden dan door de anderen met de zweep of plak geslagen. De bedoeling van dit gebeuren was vreemd genoeg niet zozeer het ondergaan van de pijn maar de huidkleur wat mooier maken. De bleke huid werd door deze actie wat roder en dus mooier vonden de dames.
Toch ontdekte Theresa Berkley dat er meer moest zijn bij de vrouwen om zich zo te laten toetakelen. Ze vermoede dat een sterk verlangen naar het ondergaan van pijn voor de betrokkenen belangrijker was dan de huid een beetje bijkleuren. Ze richtte een eigen club op in Portland. Haar 'klanten' in de club waren mannen en vrouwen die zich gaarne door haar en haar personeel hard lieten slaan met alles wat maar wilde meppen. Vaak vloeide er bloed bij en dat gaf een praktisch probleem, de beddenlakens moesten telkens worden verschoond.
Met behulp van een kennis, die technisch was, liet ze een soort stelling bouwen waarop de slachtoffers diagonaal kwamen te liggen en waarop ze tevens konden worden vastgezet. Het zag er zo'n beetje uit als een schuin tegen de muur geplaatste lattenbodem, maar dan met de nodige bevestigingsmiddelen er aan vast.

Zodra we er een afbeelding van hebben zie je die.